Dordrecht, 5 september 2006
N.E. Witsen Elias-Kool
P.H.Sleeking
Aan het college van B&W
Artikel 40 vragen mbt fietsbrug Vlij
Geacht college,
Naar aanleiding van alle commotie over de fietsbrug over de Vlij, leggen wij de volgende vragen aan u voor:
1. Een belangrijk argument voor de aanleg van de brug was om een directe route naar het centrum mogelijk te maken. De mogelijkheid voor een directe route bestaat inmiddels niet meer, als gevolg van de bouwplannen bij de watertoren. Welke argumenten blijven er nu nog over?
2. Op welk moment na de vaststelling van het bestemmingsplan is de definitieve locatie voor de fietsbrug bepaald?
3. Naar wij hebben begrepen, is er op 10 december 2005 een aanbestedingsprocedure gestart en op 12 december weer gestopt. Wanneer is er een nieuwe aanbestedingsprocedure gestart en op welke manier is dit kenbaar gemaakt? Is er inmiddels een aannemer uitgekozen en wat zijn nu de totale geraamde kosten?
4. Waarom bent u nooit echt met de betrokken burgers in gesprek gegaan? Tot nu toe is er kennelijk nog nooit een officieel gesprek geweest tussen de stichting Het Wantij en de gemeente, hoewel de stichting daar wel geregeld dringend om heeft gevraagd.
5. Waarom heeft u de brieven van de stichting zo laat of soms helemaal niet beantwoord? Een voorbeeld: de brief die op 16 januari 2006 is gestuurd is pas op 28 augustus 2006 beantwoord. Een ander voorbeeld: drie verschillende brieven, die aan de wethouders Sas, van der Zwaan en Kamsteeg zijn gestuurd, werden gezamenlijk in een nietszeggend briefje beantwoord.
6. Hoeveel bomen mochten volgens de kapvergunning gekapt worden en hoeveel zijn er in de afgelopen periode daadwerkelijk gekapt in het gehele park.
7. Is het juist dat ook aan de zuidzijde van het park bomen zijn gekapt en zo ja, is daartoe een kapvergunning verleend en gepubliceerd?
8. Op welke momenten heeft u onderzoek laten doen naar de natuurwaarden in de Wantijzone?
9. Kunt u alle tot nu toe verschenen onderzoeksrapporten naar de natuurwaarden van het Wantijpark beschikbaar stellen aan onze fractie.
10. In december 2005 heeft de stichting gevraagd om rapporten van de Natuur- en Vogelwacht. De betrokken ambtenaar heeft toen telefonisch meegedeeld, dat die niet bestonden. Nadat het Ministerie erom gevraagd had, kwamen er toch rapporten boven tafel. Hoe kunt u dit verklaren?
Hoogachtend,
Namens de fractie BETER VOOR DORDT,
N.E. Witsen Elias-Kool/ P.H.Sleeking